Home » Eisen aan identiteitsmateriaal voor DUS-onderzoek verduidelijkt
Eisen aan identiteitsmateriaal voor DUS-onderzoek verduidelijkt
24 januari 2012
Naktuinbouw heeft de eisen aan identiteitsmateriaal voor DUS-onderzoek verduidelijkt. Lees hier de veranderingen en waarom Naktuinbouw hiertoe besloten heeft.
Er zijn veel eisen aan het materiaal (planten en zaden) dat wordt ingezonden ten behoeve van het DUS-onderzoek. Het gaat om eisen die specifiek zijn voor een bepaald gewas, zoals voor sla '14.000 zaden' of voor Calla '30 wortelstokken/knollen, maat 15-18'. Daarnaast zijn er ook algemene eisen aan het materiaal. Een van deze algemene eisen heeft betrekking op gezondheid van het materiaal: “Materiaal moet op het tijdstip van ontvangst vrij van ziekten of plagen zijn, in goede toestand verkeren, geschikt zijn voor onderzoek of bewaring als identiteitsmateriaal en het mag geen enkele chemische of andere behandeling hebben ondergaan, tenzij dit na overleg wordt toegestaan of dit wordt vereist.”
Bij groentezaden bleek steeds vaker dat toch behandeld zaad werd ingestuurd. En vaak zonder overleg. Dit stoort het DUS-onderzoek, omdat behandelingen de beoordeling van zaadkenmerken kunnen verhinderen, invloed kunnen hebben op de kiemkracht en daarmee op de ontwikkeling van het gewas, invloed kunnen hebben op de bewaarbaarheid van het zaad en invloed kunnen hebben op het resultaat van (een deel van) het DUS-onderzoek, zoals bij resistentietoetsen. Recent heeft ook het CPVO zich op het standpunt gesteld dat aan deze eisen niet getornd mag worden.
Daarom heeft Naktuinbouw besloten om de eisen, zoals vermeld op de website, verder te verduidelijken. Toegevoegd is nu dat zaad nooit gepilleerd of geprimed (bijvoorbeeld door middel van een TSP-behandeling) mag zijn en nooit behandeld mag zijn met insecticides of fungicides (bijvoorbeeld Thiram). Voorbehandelingen van zaad die blijkens fytosanitaire richtlijnen vereist zijn, zoals behandeling van tomatenzaad met NaCl, HCl of NaOCl, zijn wel toegestaan.
Slechts bij uitzondering en na overleg kan het toegestaan worden behandeld zaad in te sturen. In een later stadium van het DUS-onderzoek moet dan alsnog een onbehandeld monster worden ingestuurd (en onderzocht). Hier zijn kosten aan verbonden. Als het gaat om een DUS-aanvraag waarvoor ook Europees kwekersrecht wordt aangevraagd, is ook van het CPVO toestemming nodig. Het moge dus duidelijk zijn dat het zaak is om overleg over een behandeld zaadmonster tijdig te starten.
