Sinds het begin van het afgelopen groeiseizoen treffen keurmeesters van Naktuinbouw steeds meer symptomen aan van een nieuwe bladvlekkenziekte in Prunus laurocerasus (laurierkers).
Onderzoek door het Nationaal Referentie Laboratorium van de Plantenziektenkundige Dienst heeft aangetoond dat er sprake is van een bladvlekkenziekte veroorzaakt door bacteriën. De symptomen worden versoorzaakt door de bacteriesoorten Xanthomonas arboricola pv. pruni en Pseudomonas syringae pv. morsprunorum.Xanthomonas arboricola pv. pruni (verder aangeduid als X. a. pv. pruni) is een organisme waarvoor binnen de Europese unie de quarantaine status geldt. Planten aangetast door deze bacterie mogen niet worden verhandeld.
Xanthomonas arboricola pv. pruni
Waardplanten zijn alle plantensoorten die behoren tot het geslacht Prunus. De bacterie komt wijd verspreid voor en is aanwezig in onder andere Bulgarije, Frankrijk, Italië, Moldavië maar ook in Azië, Noord– en Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.
De bacterie infecteert het blad via de natuurlijke openingen en beschadigingen. Ook takken en twijgen kunnen worden aangetast en reageren met de vorming van kankers, waarin de bacterie zich handhaaft. Vanuit deze infecties kunnen nieuwe infecties ontstaan. De symptomen ontwikkelen zich in Nederland vooral in het najaar maar kunnen (met name bij laurierkers) ook voorkomen in het eerste deel van de zomer zoals gebleken is uit recent onderzoek.
Bij onderzoek uitgevoerd op de PD onder voor de bacterie optimale omstandigheden, duurde de periode tot het ontwikkelen van symptomen ongeveer 3 – 4 weken. In de praktijk zullen de bacterieconcentraties op besmette bladeren vaak veel lager zijn. Bovendien zullen de omstandigheden voor de bacterie in praktijksituaties vaak minder gunstig zijn waardoor het veel langer dan een maand kan duren voordat symptomen zich ontwikkelen.
Naast verspreiding van de ziekte via besmet plantmateriaal kan de bacterie ook verspreid worden via water en nevel dat bacteriën uit de bladvlekken en stengelkankers meeneemt. Een andere belangrijke verspreidingsbron is contactoverdracht tijdens handelingen in het gewas. Hierbij kunnen bacteriën met gereedschap, handen en allerlei materialen van zieke naar gezonde planten worden overgebracht.
Schadebeelden
De symptomen veroorzaakt door X. a. pv. pruni zijn met name bij laurierkers, voornamelijk in het blad waarneembaar maar er kunnen ook kankertjes in de takken voorkomen. Aanvankelijk zijn de vlekjes klein, lichtgroen tot gelig groen, en zichtbaar aan de onderzijde van het blad. Bij het uitgroeien en verder ontwikkelen van de infectie worden de bladvlekken ook aan de bovenzijde van het blad goed zichtbaar als gelig groene vlekken waarvan het centrum bruin necrotisch wordt. Normaal ontstaat dan op de grens van de bladvlek en het verder nog symptoomloze bladweefsel een breuklijn (rondom de bladvlek) waardoor die bladvlek in z’n geheel met daarin het bruin necrotische centrum los in het blad komt te liggen. Zie ook de foto’s hieronder. De bladvlek valt vervolgens uit het blad en op de plek waar de bladvlek gezeten heeft ontstaat dan een gat. Aanvankelijk zijn in die bladeren, waar de vlekken al los komen te liggen, zowel gaten als bladvlekken waarneembaar, maar in een later stadium wanneer alle bladvlekken uitgevallen zijn kan het voorkomen dat er in aangetaste bladeren alleen nog gaten als aantastingsbeeld overblijven.
Er zijn ook andere plantenziekteverwekkende organismen die een vergelijkbaar schadebeeld kunnen veroorzaken. Met name eerder genoemde bacterie Pseudomonas syringae pv. morsprunorum kan symptomen veroorzaken die zeer sterk lijken op die door X. a. pv. pruni. Daarnaast zijn er ook schimmelsoorten die een vergelijkbaar aantastingsbeeld kunnen veroorzaken. Vaak zijn bij infectie door de Pseudomonas meer kankertjes aan te treffen dan bij infectie door X. a. pv. pruni. Pseudomonas veroorzaakt vaak ook meer en donkerder gekleurde necrose van de bladvlekken. De ziektebeelden veroorzaakt door deze twee bacteriën zijn echter in sommige gevallen en met name bij laurierkers, niet te onderscheiden. Belangrijk om te weten in verband met monstername is dat in éénzelfde aanplant een infectie met allebei de bacteriën kan voorkomen. In het voorjaar en de voorzomer zijn meer ziektebeelden veroorzaakt door de Pseudomonas te verwachten dan door X. a. pv. pruni. Dat komt door de gunstiger omstandigheden voor de Pseudomonas.
Bestrijdingsmaatregelen
Er zijn geen gewasbeschermingsmiddelen toegelaten tegen X. a. pv. pruni. De bacterie kan alleen worden bestreden door fytosanitaire en hygiënische maatregelen: besmette planten verwijderen en vernietigen en ontsmetting van gereedschap, machines, werkruimten en verpakkingsmateriaal. Gezond uitgangsmateriaal en hygiënische maatregelen zijn van het allergrootste belang om introductie en verspreiding op het bedrijf te voorkomen.
De Europese Unie schrijft voor dat op de plaats van productie geen symptomen van de ziekte mogen zijn waargenomen sinds het het begin van het laatste volledige groeiseizoen. Dit betekent dat een aantasting in Prunus laurocerasus grote gevolgen heeft voor de afzet van de overige Prunus planten op de plaats van productie. De maatregelen zijn er vooral op gericht om de teelt van steenvruchten in Europa te beschermen. Daarom kunnen partijen Prunus laurocerasus en Prunus lusitanica waar een aantasting in is gevonden onder bepaalde voorwaarden eerder afgezet worden mits deze planten direct bestemd zijn voor de eindconsument. Het risico voor verspreiding van X. a. pv. pruni door deze 2 planten wordt klein geacht.
Maatregelen bij vondst Xanthomonas arboricola pv. pruni:
- Alle planten behorende tot het geslacht Prunus op het betreffende perceel worden vastgelegd.
- Zichtbaar besmette planten en alle waardplanten tot op een afstand van 2 meter van de besmette planten moeten worden verwijderd en vernietigd. Men kan ervoor kiezen alleen de bovengrondse delen geheel (tot op of net onder grondniveau) te verwijderen en vernietigen.
De kweker dient de volgende hygiënische maatregelen te nemen:
- Afval van Prunus-planten moet worden opgeslagen en afgevoerd in eendichte en afgesloten container.
- Gereedschap dient regelmatig te worden ontsmet met een bacteriedodend middel.
- Na uitvoer van werkzaamheden bij Prunus-planten dient men handen te wassen met een bacteriedodende zeep (of gebruik van (wegwerp)handschoenen).
- Bij voorkeur overkleding en overschoeisel gebruiken en na contact met potentieel besmet gewas de kleding ontsmetten of vernietigen.
- Bij voorkeur fust/verpakkingsmateriaal en opslag- en transportfaciliteiten na contact met potentieel besmet gewas ontsmetten.
- Nadat de in de volle grond geteelde Prunus-planten afgedood of verwijderd zijn, mag op het betreffende perceel(sgedeelte) gedurende 5 maanden geen Prunus-planten worden geteeld.
- Voor containervelden geldt de verplichting tot ontsmetting.
