Cultuur- en gebruikswaardeonderzoek (CGO) is nodig om toelating tot de nationale rassenlijst te krijgen van een landbouwras. CGO gebeurt niet bij Naktuinbouw. Wel staan op deze website het benodigde aanvraagformulier en de technische beschrijvingsbladen.
Het CGO wordt georganiseerd en gefinancierd door de kwekers (Plantum), de telers (Productschap Akkerbouw) en de industrie en wordt uitgevoerd volgens door de Raad voor plantenrassen vastgestelde gewasprotocollen.
Het CGO wordt uitgevoerd door de volgende instellingen:
- PPO (Praktijkonderzoek Plant en Omgeving) in Lelystad voor vlas, maïs, granen en cichorei;
- DLV Plant in Dronten voor lok-, vang- en groenbemestingsgewassen;
- ASG (Animal Science Group) in Lelystad voor witte klaver en grasrassen voor grasland;
- IRS (Instituut voor Rationele Suikerproductie) in Bergen op Zoom voor suikerbieten;
- NAK AGRO Nederland B.V. in Emmeloord voor aardappelen.
De Raad voor plantenrassen is verantwoordelijk voor de methoden van onderzoek (gewasprotocollen) en voor de juistheid en de betrouwbaarheid van de resultaten.
De resultaten van het CGO worden gepubliceerd door middel van tussentijdse persberichten en uitgegeven in de vorm van Rassenbulletins door de betrokken onderzoeksinstellingen.
Het officiële CGO-onderzoek ten behoeve van de toelating wordt bij de meeste gewassen gevolgd door een extra groeicyclus ten behoeve van de aanbevelende rassenlijst. Op basis van dan in totaal drie jaar CGO besluit de Commissie voor de Samenstelling van de Aanbevelende Rassenlijst (CSAR) tot opname in de aanbevelende rassenlijst. Deze lijst wordt jaarlijks door het betrokken bedrijfsleven uitgegeven.
Gerelateerd onderwerp:
Landbouwgewassen: kwekersrecht en toelating tot de nationale rassenlijst
