Home » Kwekersrecht en toelating » DUS-onderzoek » Inzendeisen » Eisen aan identiteitsmateriaal voor DUS-onderzoek
Eisen aan identiteitsmateriaal voor DUS-onderzoek
Kiemkracht bij zaadvermeerderde gewassen
De kiemkracht van een identiteitsmonster ten behoeve van DUS-onderzoek moet in het algemeen voldoen aan de eisen die door de keuringsdiensten worden gehanteerd voor gecertificeerd of, ingeval van groenterassen, voor standaardzaad. De kiemkrachtseisen voor groente- en siergewassen vindt u in het Keuringsreglement van Naktuinbouw (kopje Nederlands; in het document Annex B3 op pagina 91). De kiemkrachtseisen voor landbouwgewassen vindt u in het Keuringsreglement van de NAK (kopje Aanwijzingen voor de keuringen).Monsters hoeven niet vergezeld te gaan van een kiemkrachtcertificaat.
Gezondheid en ontsmetting
Materiaal moet op het tijdstip van ontvangst vrij van ziekten of plagen zijn, in goede toestand verkeren, geschikt zijn voor onderzoek of bewaring als identiteitsmateriaal en het mag geen enkele chemische of andere behandeling hebben ondergaan, tenzij dit na overleg wordt toegestaan of dit wordt vereist.
Hieruit volgt dat zaad nooit gepilleerd of geprimed mag zijn en nooit behandeld mag zijn met insecticides of fungicides (zoals Thiram), daar dit de beoordeling van zaadkenmerken kan verhinderen, invloed kan hebben op de kiemkracht en daarmee op de ontwikkeling van het gewas, invloed kan hebben op de bewaarbaarheid van het zaad en invloed kan hebben op het resultaat van (een deel van) het DUS-onderzoek, zoals bij resistentietoetsen. Dit betekent ook dat het materiaal geen na-ijleffecten mag vertonen van een behandeling met groeiregulatoren, die gebruikt worden bij de teelt en de vermeerdering, omdat daardoor de uitwendige verschijningsvorm wordt beïnvloed. Als het noodzakelijk is materiaal door te telen om de verstorende invloed van dergelijke behandelingen kwijt te raken, zullen de kosten daarvoor in rekening worden gebracht.
Identiteitsmonsters, waarvan in het kader van het onderzoek bij ontvangst visueel wordt geconstateerd dat zij niet aan de hierboven genoemde eisen voldoen, worden geacht niet te zijn ontvangen.
Voorbehandelingen van zaad die blijkens fytosanitaire richtlijnen vereist zijn,zoals behandeling met NaCl, HCl of NaOCl, zijn dus wel toegestaan.
Bij gewassen, waarbij virusziekten kunnen voorkomen die de habitus (uitwendige verschijningsvorm) van de planten zodanig kunnen beïnvloeden, dat niet meer duidelijk is of de habitus uitsluitend door de erfelijke aanleg (genotype) van de plant dan wel ook door het virus wordt bepaald, wordt in het kader van het identiteitsonderzoek door de onderzoekende instelling routinematig materiaal getoetst aan het begin van het onderzoek. Daarbij mogen de gestelde normen niet worden overschreden. Het overzicht met inzendeisen vermeldt deze normen bij de betreffende gewassen. Bij een negatief toetsresultaat wordt het onderzoek afgebroken, maar blijven de onderzoekskosten verschuldigd. Materiaal waarvan pas later, tijdens de teelt, blijkt, dat het niet virusvrij is of een ongewenste behandeling heeft ondergaan, kan aanleiding geven tot afwijzing van de aanvraag.
Bij gewassen die vatbaar zijn voor quarantaineziekten, moet het te onderzoeken materiaal vrij zijn van dergelijke ziekten. De aanvrager moet daarom materiaal inleveren, waarvan aantoonbaar is vastgesteld, dat het vrij van quarantaineziekten is (bijvoorbeeld door middel van een PD verklaring). Materiaal waarvan niet op bovenstaande wijze is aangetoond dat het aan de normen voldoet, wordt geacht niet te zijn ontvangen.
Daarnaast kunnen per gewas extra eisen aan het in te leveren materiaal zijn gesteld, zoals aangegeven in het overzicht.
Aardappelen
Voor het gewas aardappel worden naast bovengenoemde algemene eisen aan de gezondheid speciale eisen gesteld t.a.v. virusziekten. Als virusziekten leiden tot duidelijke symptomen in de te onderzoeken planten, heeft de aanwezigheid van virus nadelige gevolgen voor de identiteitsbepaling. Per veldje van 40 planten mogen niet meer dan 2 duidelijk viruszieke planten voorkomen. Bij een groter aantal viruszieke planten wordt het te velde staande materiaal vernietigd, nadat de aanvrager in de gelegenheid is gesteld de proef te bekijken. Een te hoog aantal viruszieke planten leidt tot een afwijzing van de aanvraag.
Alle ingezonden monsters moeten vrij zijn van bruinrot, ringrot en overige quarantaineziekten (aardappelspindelknolviroïde, Zuid-Amerikaanse virussen en niet-Europese stammen van inheemse virussen). Het in te zenden identiteitsmateriaal dient daarom te worden voorzien van een fytosanitaire verklaring (NAK-certificaat of plantenpaspoort) waaruit blijkt dat het materiaal vrij is van quarantaineziekten.
Materiaal dat niet is voorzien van genoemd NAK-certificaat of plantenpaspoort zal niet in ontvangst worden genomen en de aanvraag zal worden beschouwd als te zijn ingetrokken.
Algemene inlevereisen
- Een aanvraag tot verlening van kwekersrecht of toelating tot de nationale lijst kan op ieder gewenst moment worden ingediend. In het overzicht met inzendeisen staat echter in een groot aantal gevallen een uiterste aanvraagdatum vermeld. Die vermelding houdt in dat voor aanvragen die na die datum zijn ontvangen, niet kan worden gegarandeerd dat het ras in de eerstvolgende groeicyclus wordt onderzocht.
- De in het overzicht gegeven inzendeisen per gewas zijn te beschouwen als een algemene richtlijn. Naktuinbouw behoudt zich het recht voor identiteitsmateriaal in een andere dan de aangegeven periode, hoeveelheid of kwaliteit op te vragen, dan wel op een andere locatie te laten inleveren.
- Materiaal moet worden ingeleverd op de in het overzicht aangegeven locatie en ter attentie van de juiste persoon of afdeling; elders ingeleverd materiaal kan als niet ingeleverd worden beschouwd.
- Het materiaal moet duidelijk gelabeld zijn. Op het label moet tenminste worden vermeld: de gewasnaam, de voorlopige aanduiding zoals die op het aanvraagformulier is vermeld en het toegekende aanvraagnummer. Dit laatste tenzij het monster direct met de aanvraagformulieren wordt meegestuurd. Dat kan alleen als het adres waar de papieren naartoe gestuurd moeten worden en de locatie voor het monster (zoals vermeld in het overzicht) gelijk zijn. Het label moet op deugdelijke wijze aan of op de verpakking gehecht of daarop gedrukt zijn.
- De verpakking moet zijn aangepast aan de aard en de hoeveelheid van het identiteitsmateriaal en moet zodanig zijn gesloten dat zonder verbreking van de sluiting of beschadiging van de verpakking niets aan de inhoud kan worden toegevoegd of daarvan worden afgenomen.
- De inzending van het identiteitsmateriaal moet vrij van kosten (zoals vracht-, porti- en douanekosten) voor de ontvanger geschieden. Bij de inzending van identiteitsmateriaal van en naar het buitenland moet tevens voldaan zijn aan alle douanetechnische en fytosanitaire formaliteiten.
- Bij bloeiende gewassen mag het materiaal nog niet bloeien of gebloeid hebben, tenzij anders is vermeld.
- Leverbare jonge planten zijn planten die geschikt zijn om in het eerste jaar van onderzoek alle kenmerken te laten zien.
- Materiaal voor de buitenteelt moet geschikt zijn om direct buiten uit te planten; materiaal dat hieraan niet voldoet, wordt geacht niet te zijn ontvangen.
- Bij alle potplanten geldt de eis (tenzij anders vermeld) dat planten niet met meerdere bijeen in een pot worden aangeleverd, ook niet wanneer dat in de praktijk wel het gebruik is. Dus per pot eenlingen inleveren. Wanneer toch meerdere planten per pot worden ingeleverd moeten even veel potten als het vereiste aantal planten worden ingeleverd.
This content is also available in: English


