Aanscherping vereisten intern verkeer: boomkwekerij: Prunus, Ulmus, Pinus en Palmae

Publicatiedatum Nieuws: 31 augustus 2017

Vanaf 1 januari 2018 gelden nieuwe specifieke vereisten van de EU voor de handel in boomkwekerijproducten van Prunus, Ulmus, Pinus en Palmae naar beschermde gebieden. Extra alertheid is geboden voor plantmateriaal afkomstig uit andere lidstaten dat verhandeld wordt naar het Verenigd Koninkrijk.

Het Verenigd Koninkrijk is voor deze producten erkend als beschermd gebied (Zona Protecta = ZP). In alle gevallen moet het oorspronkelijke materiaal ook bij aanvoer naar Nederland voorzien zijn van de correcte ZP-plantenpaspoortcodering. Dit is nodig om te voldoen aan de nieuwe ZP-vereisten die gelden voor het Verenigd Koninkrijk.

De nieuwe eisen maken deel uit van een nieuw EU besluit Richtlijn 2017/1297/EC ter aanpassing van 2000/29/EC.

Planten voor opplant van Ulmus

Ulmus wordt plantenpaspoortplichtig voor de gehele EU omdat Candidatus phytoplasma ulmi nu bekend is voor te komen in de EU. Nederland is nog vrij van dit schadelijk organisme. Maar alle productielocaties en de nabije omgeving moeten dit groeiseizoen worden geïnspecteerd door Naktuinbouw zodat er een plantenpaspoort kan worden aangebracht.

Planten bestemd voor de eindconsument zijn uitgezonderd van de plantpaspoortvereiste. Wel gelden, ook voor planten bestemd voor de eindconsument, specifieke ZP-eisen voor het Verenigd Koninkrijk. De code ZP-d01 moet worden aangebracht op het plantenpaspoort van planten bestemd voor het Verenigd Koninkrijk.

Planten voor opplant van Pinus

Planten bestemd voor het Verenigd Koninkrijk moeten voorzien zijn van een plantenpaspoort met codering ZP-conf waarbij gewaarborgd wordt dat de planten vrij zijn van Thaumetopoea pityocampa (dennenprocessierups) en voldoen aan specifieke vereisten voor vrije gebieden.

Planten die permanent in Nederland zijn geteeld voldoen aan de eisen: dennenprocessierups komt niet voor in Nederland. Planten uit andere lidstaten die in Nederland verder opgekweekt zijn kunnen gecertificeerd worden op basis van productieplaatsvrijheid van het voorgaande groeiseizoen.

Voor direct doorverhandelen van planten van een andere lidstaat naar het Verenigd Koninkrijk is een ZP-plantenpaspoort vereist.

Planten voor opplant van Prunus

Nieuwe specifieke vereisten voor het Verenigd Koninkrijk, waarbij ook ZP-eisen gelden voor consumptief materiaal van P. laurocerasus & P. lusitanica. Voor beide soorten geldt een ZP-plantenpaspoort vereiste (code ZP-b3) op basis van ‘geen symptomen van Xanthomonas arboricola pv. pruni gedurende het voorgaande groeiseizoen’.

Voor alle andere Prunus-soorten geldt voor het Verenigd Koninkrijk de extra vereiste dat moederplanten vrij zijn bevonden van Xanthomonas arboricola pv. pruni. Deze eis wordt automatisch gedekt door de reeds geldende (en blijvende) vereisten voor de gehele EU dat uitgangsmateriaal van Prunus het afgelopen groeiseizoen vrij is bevonden van dit organisme (code ZP-b3).

Planten voor opplant van Palmae

Voor palmen met een stamdikte aan de basis groter dan 5 centimer gelden nieuwe specifieke eisen voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland en de Azoren vanwege Rhynchophorus ferrugineus (Rode palmkever: ZP-a14.2).

Voor een bredere groep palmen met een stamdikte aan de basis groter dan 5 centimeter gelden nieuwe specifieke eisen voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Malta vanwege Paysandisia archon (Palmmot: ZP-a14.1).

Nederland is vrij van deze insecten. Palmen geteeld en afkomstig uit Nederland kunnen op basis hiervan voorzien worden van een plantenpaspoort met de geldende ZP-codering.

Palmen afkomstig uit andere lidstaten die bestemd zijn voor beschermde gebieden, moeten voorzien zijn van een passende ZP-codering. Als deze niet voorhanden is, dan mag alleen handel plaatsvinden naar de betreffende beschermde gebieden als aan de volgende 2 voorwaarden is voldaan:

  • de palmen moeten tenminste 2 jaar in Nederland geteeld zijn en
  • vrij bevonden van deze insecten op basis van 3 inspecties per jaar

Bron: NVWA