De (werkzaamheden van) drie grote afdelingen

Rassenonderzoek

Wat is een ras?

Een ras is een plantengroep die een onderscheidende eenheid vormen. Bij vermeerdering behoudt een ras zijn eigenschappen. De eigenschappen en verschillen van deze planten zijn vastgelegd in een rasbeschrijving.

Wat is rassenonderzoek?

Bij rassenonderzoek wordt gekeken naar de identiteit van plantenrassen. Het rassenonderzoek wordt uitgevoerd ter bescherming van intellectueel eigendom. De rassenonderzoekers kijken naar bloemisterij-, bloembol-, boomkwekerij-, groente en landbouwgewassen. Ze onderzoeken de nieuwe rassen op DUS-criteria:

  • Distinctness = Onderscheidbaarheid: is het nieuwe ras onderscheidend ten opzichte van alle andere bestaande rassen van algemene bekendheid?
  • Uniformity = Uniformiteit: zijn alle planten onderling ongeveer hetzelfde: is het uiterlijk gelijk?
  • Stability =  Stabiliteit: blijft het ras gelijk als het wordt vermeerderd, of treden er veranderingen op in de uiterlijke kenmerken?


Hoe gaat rassenonderzoek in zijn werk?

Om een ras binnen de Europese Unie (EU) te verhandelen, moet het eerst toegelaten zijn. Dat geldt voor rassen van vrijwel alle groentegewassen. Als een ras op de nationale rassenverkeerslijst staat van minstens één EU-lidstaat, mag het in heel Europa worden verhandeld. De nationale rassenverkeerslijst van Nederland is het Nederlands Rassenregister. Naktuinbouw kweekt voor het onderzoek de planten of zaden van de veredelaar op. De rassenonderzoeker houdt bij hoe de plant zich ontwikkeld en kijkt of de technische beschrijving gelijk is aan die het bedrijf heeft opgegeven. Als de planten voldoen aan alle DUS eisen, mag het bedrijf de plant op de markt brengen. Dit heet toelating. Van alle toegelaten rassen maakt Naktuinbouw een beschrijving. Nieuw aangemelde rassen, worden na een jaar of vijf weer opnieuw onderzocht. Zo kunnen de rassenonderzoekers controleren of het ras nog steeds dezelfde is.

Wat is kwekersrechtonderzoek?

Als een veredelaar een nieuw ras heeft ontwikkeld, kan hij hier kwekersrecht op aanvragen: een bescherming van het intellectueel eigendom. De veredelaar kan door licentievergoeding hiermee de ontwikkelkosten terugverdienen. Kwekersrecht is 25 jaar geldig. Het aanvragen van kwekersrecht in Nederland doet de veredelaar bij de Raad voor plantenrassen. De Raad voor plantenrassen laat vervolgens het onderzoek door Naktuinbouw uitvoeren. Europees kwekersrecht vraagt de veredelaar aan bij het CPVO.

Wat doet een rassenonderzoeker?

Bij rassenonderzoek wordt gekeken naar de identiteit van plantenrassen. Onze rassenonderzoekers kijken naar bloemisterij-, bloembol-, boomkwekerij-, groente en landbouwgewassen. Ze onderzoeken of het nieuwe ras onderscheidend is ten opzichte van alle andere bestaande rassen, of ze uniform zijn oftewel gelijk qua uiterlijk en of het ras stabiel blijft, ook als het wordt vermeerderd.

 

Keuringen

Folder Keuringen

Wat doet een keurmeester?

Bij de afdeling Keuringen werken keurmeesters. Zij controleren het teeltmateriaal (zoals zaden, stekjes en jonge plantjes) van bloemisterij-, boomkwekerij- en groentegewassen. Dat is belangrijk om de kwaliteit en gezondheid van teeltmateriaal te bewaken.

De keurmeester kijkt niet naar elke plant of zaadje, maar bekijkt een partij in zijn geheel. Dit heet visuele keuring. Het product mag geen ziekten en plagen bevatten. Als de keurmeester iets tegenkomt wat er verdacht uit ziet, neemt hij een monster. Dit monster wordt onderzocht in het laboratorium van Naktuinbouw.

Verder kijkt de keurmeester of de planten er uit zien zoals is omschreven in een officiële rasbeschrijving. Er mag geen vermenging zijn: er mogen dus geen andere rassen in één ras zitten.

Waar wordt bij keuringen op gelet?

Ieder bedrijf dat teeltmateriaal wil verhandelen moet zijn materiaal verplicht laten keuren door Naktuinbouw. Dit heet de basiskeuring. Er wordt gekeken naar de kwaliteit en gezondheid van het plantmateriaal. Voor handel binnen de EU kan een plantenpaspoort nodig zijn. Traceerbaarheid van het materiaal is erg belangrijk. Er moet een leveranciersdocument bij het materiaal zitten.

Als een bedrijf wil laten zien dat zijn plantmateriaal aan extra kwaliteit voldoet, kan hij zich aanmelden bij een kwaliteit-plus-systeem van Naktuinbouw. Dan vinden er extra strenge controles plaats waarbij er - naast kwaliteit en gezondheid -  ook wordt gekeken naar het bedrijf zelf: hoe is de hygiene, is de administratie op orde, et cetera. De keuringen hiervoor zijn niet verplicht, het zijn vrijwillige keuringen.

Waarop wordt gelet tijdens import- en exportinspecties?

Keurmeesters inspecteren teeltmateriaal dat komt uit landen buiten Europa (import) of gaat naar landen buiten Europa (export). Voor import is dit wettelijk verplicht. Bij een importinspectie controleert de keurmeester of het materiaal voldoet aan de eisen van de EU. Als alles in orde is is het materiaal vrij te verhandelen binnen de EU.  Bij export controleert de NVWA inspecteur of het materiaal voldoet aan de eisen van het ontvangende land. Het gaat dan om landen buiten de EU. Ieder land heeft zijn eigen eisen waar planten of zaden aan moeten voldoen.. Voldoet het materiaal, dan krijgt het bedrijf een fytosanitaircertificaat waarmee het materiaal kan worden verstuurd.

 

Laboratoria

Folder Laboratoria

Wat doet een laborant?

Zaden, stekken, planten en bomen waaraan aan de buitenkant niets bijzonders is te zien, kunnen toch gebreken hebben of schadelijke virussen, bacteriën, schimmels of andere organismen met zich meedragen. Laboranten onderzoeken dit bijvoorbeeld met behulp van een microscoop.

Waar kijken laboranten naar?

Laboranten kunnen zaad bekijken. Ze kijken onder andere of het plantje dat uit zaad groeit, goed kiemt en groeit: kiemkracht. Zijn alle zaden hetzelfde (zuiverheid) of zitten er onkruidzaden tussen. Laboranten kunnen ook DNA-onderzoek doen. Met behulp van DNA kan de laborant rassen herkennen en ziekteverwekkers vinden. Het is belangrijk dat planten niet ziek worden of plagen bij zich dragen. Planten kunnen resistent (immuun) zijn tegen bepaalde ziektes of plagen. Laboranten kunnen een toets doen om te zien waar een plant resistent voor is.

Welke laboratoriumtoetsen zijn er?

De laboranten kunnen op drie manieren toetsen: Preventief: dat betekent dat ze plantmateriaal bekijken om te zien of het materiaal gezond is. Diagnostisch: dat betekent dat als een plant ziek is, de laboranten onderzoeken wat er aan de hand is. Bevestigend: dat betekent dat als er al een idee is wat de plant heeft, dit met onderzoek kan worden bevestigd.