Harmorescoll: een Europese collectie van referentiemateriaal voor resistentietoetsen

Publicatiedatum Nieuws: 08 mei 2020

Harmorescoll is een Europees project gericht op het opzetten van een systeem voor geharmoniseerde referentiecollecties van isolaten, standaardrassen en differentiële sets. Het doel is om bepaalde toetsingen op ziekteresistenties die worden gebruikt voor het rassenonderzoek nog verder te harmoniseren. Aan dit project werken onderzoekstations in Europa nauw samen met het Communautair Bureau voor plantenrassen (CPVO). Naktuinbouw heeft een leidende rol in dit project.

Harmorescoll

Vooral in de groentesector worden ziekteresistenties vaak gebruikt om aanmeldingen voor DUS-onderzoek te kunnen onderscheiden van bestaande rassen. Ziekteresistente rassen moeten de ziekte weerstaan in een productieomgeving. Dit moet blijken uit een toets in een geconditioneerde testomgeving. Resistentietoetsen moeten herhaalbaar zijn, zowel binnen als tussen verschillende toetslaboratoria. En ze moeten uitvoerbaar zijn voor CPVO-geaccrediteerde, onafhankelijke laboratoria. De resultaten moeten uitwisselbaar zijn.

Het CPVO publiceert de officiële protocollen voor resistentietoetsen. De gepubliceerde toetsmethodiek wordt via ringtoetsen geharmoniseerd. De volgende stap in dit harmonisatieproces is de verbetering van de beschikbaarheid van de nodige referentiematerialen:

  • standaardrassen waarmee aanmeldingen voor DUS-onderzoek kunnen worden vergeleken en die nodig zijn om na te gaan of de toetsomstandigheden goed waren
  • standaardisolaten waarvan bekend is dat ze de ziekteverwekker buiten de laboratoriumomgeving vertegenwoordigen
  • differentiële sets die soms nodig zijn voor het controleren van het virulentiepatroon van isolaten.

Het is de bedoeling om met de opgedane ervaring in bestaande initiatieven een nieuw Europees netwerk op te bouwen. Dit nieuwe netwerk moet de activiteiten van MATREF bij GEVES in Frankrijk, de Plantum-isolatencollectie bij Naktuinbouw in Nederland en de activiteiten bij verschillende internationale werkgroepen gaan coördineren. Hierdoor wordt dubbel werk voorkomen en wordt de beschikbaarheid van referentiemateriaal verbeterd.