Publicatiedatum: 17 april 2026
Inspecties en onderzoek van de NVWA in 2025 geven nog geen aanwijzingen dat de bacterie Curtobacterium flaccumfaciens pv. flaccumfaciens (Cff) wijdverspreid aanwezig is in Nederland. Wel blijft er een risico op introductie en verspreiding via geïmporteerd zaaizaad. Cff wordt in de literatuur gezien als een zaad-overdraagbare bacterie. In eerdere jaren is Cff meerdere keren officieel vastgesteld in geïmporteerde partijen zaaizaad, onder meer in 2024. Deze bevindingen zijn genotificeerd aan het land van herkomst, de Europese Commissie en de lidstaten. Tot nu toe heeft de NVWA in haar onderzoeken geen direct verband kunnen aantonen tussen besmet zaaizaad en besmettingen in de teelt.
In dit bericht informeren de NVWA u wat de uitkomsten van de inspecties in 2025 zijn geweest. In navolging van de Europese verordening blijft de NVWA in 2026 controleren op Cff bij import en monitoren in Nederland.
De NVWA heeft in 2025 in totaal 97 inspecties in de teelt van Cff-waardplanten uitgevoerd. Dit betrof met name teelt van gewone snij- en sperzieboon en veld-/tuinboon. In elf gevallen zijn monsters genomen van planten met mogelijke symptomen van Cff.
Daarnaast zijn op 50 teeltlocaties één tot twee monsters genomen van symptoomloze onkruiden in de directe omgeving van percelen. In één geval is ook een monster genomen van onkruiden met mogelijke symptomen.
In geen van de genomen monsters is Cff aangetroffen. Op basis van deze resultaten is er op dit moment geen bewijs dat Cff wijdverspreid aanwezig is in Nederland.
In 2025 zijn in opdracht van de NVWA tien symptoomloze monsters genomen van partijen zaaizaad van gewone snij- en sperzieboon als onderdeel van de importcontroles. Er zijn alleen symptoomloze monsters genomen van partijen zaaizaad die nog niet in het land van herkomst voorafgaand aan export getoetst waren. In één van deze monsters werd Cff aangetoond. De betreffende partij is onder toezicht vernietigd en het land van herkomst is hierover geïnformeerd.
In 2025 ontving de NVWA drie meldingen van andere lidstaten en een keuringsdienst over de mogelijke aanwezigheid van Cff. In twee gevallen werd de bacterie aangetoond in partijen zaaizaad die zich nog in de handelsfase bevonden en nog niet waren ingezaaid. Deze partijen zijn onder toezicht vernietigd. De derde melding betrof een melding van een andere lidstaat. Deze kon niet in onderzoek opgevolgd worden in Nederland, doordat er niet meer gerelateerd plantmateriaal aanwezig was.
In 2024 zijn onkruiden gelegen tussen twee besmette percelen bemonsterd en besmet bevonden. Als onderdeel van monitoring door de NVWA is er in 2025 weer een symptoomloos monster genomen van de onkruiden in dit gebied. Dit monster bleek vrij van Cff. Echter, op basis van één monster kunnen nog geen conclusies worden getrokken en daarom blijft de NVWA de situatie monitoren in 2026.
De NVWA zet ook in 2026 in op monitoring en preventie. Er staan inspecties gepland in de teelt van:
Daarnaast worden op 50 locaties opnieuw één tot twee onkruidmonsters genomen in de directe omgeving van percelen met deze gewassen.
Bij importcontroles van zaaizaad worden niet langer steekproefsgewijs symptoomloze monsters genomen. Dit hangt samen met het in werking treden van aanvullende Europese maatregelen gericht op het voorkomen van introductie van Cff. Lees hierover meer in ons recente nieuwsbericht.
Naktuinbouw gebruikt alleen functionele en analytische cookies. Meer informatie