Plantgezondheidsverordening

Samen met u maken we vrij handelsverkeer en markttoegang in de EU al jaren mogelijk. Het is belangrijk dat we dit zo houden. Hier leest u over de nieuwe EU-Plantgezondheidsverordening met nummer 2016/2031/EU. Deze vervangt de huidige Europese Fytorichtlijn 2000/29/EG. Deze is van kracht sinds 14 december 2019.

Details worden de komende jaren uitgewerkt in zogenaamde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. Wij brengen u op de hoogte van de belangrijkste aspecten.

(30 juni 2020)

Voor meer details verwijzen we u naar de belangrijkste vragen en antwoorden.

Voor meer achtergrond over het hoe en waarom van de Plantgezondheidsverordening verwijzen we u naar de pagina.

Bekijk de Presentatie nieuw plantenpaspoort met een praktische invulling van het nieuwe plantenpaspoort.

Nieuwe categorie organismen: RNQP

De huidige Fytorichtlijn kent verschillende categorieën quarantaine-organismen. De nieuwe Plantgezondheidsverordening gaat uit van drie categorieën:

  • Q (Quarantaine-organisme)
  • ZP-Q (Zona Protecta)
  • RNQP (Regulated Non Quarantine Pests)

Om als een RNQP te worden geclassificeerd, gelden een aantal voorwaarden:

  • Het is een ziekte/plaag die al voorkomt in de EU en slechts op bepaalde gewassen (teeltmateriaal) gereguleerd wordt.
  • Teeltmateriaal moet dan ook nog de belangrijkste verspreidingsbron zijn.
  • Als de ziekte/plaag voorkomt op het teeltmateriaal, moet er in de daaropvolgende teelt onacceptabele economische schade ontstaan.

Er kan een tolerantieniveau worden benoemd. Nu geldt bij Q een nultolerantie. Heel vaak geldt bij een RNQP ook de norm ‘vrij bij aflevering…’. Er wordt rekening gehouden met de huidige quarantaine-organismen van bijlage II van de Fytorichtlijn en de huidige kwaliteitsorganismen (voor zover benoemd in de handelsrichtlijnen).

De EPPO (European and Mediterranean Plant Protection Organization) voert in opdracht van de Europese Commissie een project uit om tot een advies te komen over de classificatie van organismen uit Fytorichtlijn en Verkeersrichtlijnen als mogelijke RNQP. 
Bekijk hier Voorwaarden voor uitvoering van de Plantgezondheidsverordening.

Uitbreiding plantenpaspoortplicht

De plantenpaspoortplicht is uitgebreid naar alle ‘voor opplant bestemde planten’. Volgens de EU-definitie zijn dit planten die volledige planten kunnen voortbrengen en daarvoor bestemd zijn. Deze planten moeten worden uitgeplant, opnieuw worden geplant of geplant blijven.

Alles wat we teeltmateriaal noemen valt daaronder (dus ook zaden), maar ook alle ‘consumptieve’ pot-, perk- en kuipplanten. Zaden vallen volgens deze definitie ook onder 'voor opplant bestemde planten'. Er is geen uitzondering voor materiaal voor veredelingsdoeleinden en of tentoonstellingsmateriaal. Materiaal wat voldoet aan die definitie zal ook van een plantenpaspoort voorzien moeten worden.

Er zijn wel uitzonderingen; niet alle 'voor opplant bestemde planten' worden plantenpaspoortplichtig.

Meer bedrijven geregistreerd

Naktuinbouw had begin 2019 zo’n 3.000 geregistreerde bedrijven. Door de nieuwe regelgeving hebben alle bedrijven met plantenpaspoorten te maken. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven met Buxus, coniferen en rozen.

Daarnaast hebben nu ook alle pot-, perk- en kuipplantentelers met de plantenpaspoortplicht te maken. Dit zijn in Nederland zo’n 1.000 teeltbedrijven.

Ook hebben de handelsbedrijven (voor handel binnen de EU) in deze producten met plantenpaspoorten te maken. Met het KCB en de NVWA is afgesproken dat Naktuinbouw de teeltbedrijven met eindproducten registreert en controleert, en het KCB de handelsbedrijven die (alleen) eindproducten verhandelen.

Fytosanitair registratienummer

Alle 'professionele marktdeelnemers' die met 'voor opplant bestemde planten' werken, zijn verplicht zich te registreren. Er is een centraal register bij de NVWA. Ieder bedrijf (per KvK/vestigingsnummer) krijgt een uniek, 9-cijferig fytosanitair registratienummer.

Voor Naktuinbouw nieuwe bedrijven moeten zich eerst registreren (inschrijven).
 

Lay-out plantenpaspoort

Er is een uniform format voor het plantenpaspoort. In de nieuwe regelgeving is het niet meer mogelijk zelf een lay-out te kiezen. Het format is vastgelegd in uitvoeringsverordening 2017/2313/EU.

Er is een vast format vastgesteld met daarop de volgende vaste elementen:

• in de linkerbovenhoek: de EU-vlag (in kleur of zwart-wit)
• in de rechterbovenhoek: het woord ‘Plantenpaspoort/Plant Passport’
• 'A' + botanische naam
• 'B' + ISO-code lidstaat, koppelteken, fytosanitair registratienummer (9 cijfers)
• 'C' + traceerbaarheidscode
• 'D' + ISO-code land van oorsprong/productie, ook als dit Nederland is.

Hieronder een voorbeeld: vorm, grootte en lettertype mogen afwijken.

Voorbeeld sjabloon plantenpaspoort

Bedrijven moeten alle bestaande documenten/opdrukken aanpassen

Denk daarbij aan plantenpaspoorten en gekoppelde leveranciersdocumenten/planten­paspoort. Houdt u daarbij rekening met het volgende:

  • Het plantenpaspoort moet per kleinste verpakkingseenheid zijn aangebracht (per pot/ tray/ doos etc.).
  • Het plantenpaspoort mag niet meer met een leveranciersdocument gecombineerd worden.
  • De oude plantenpaspoorten blijven nog geldig tot 14 december 2023. Maar vanaf 14 december 2019 moeten wél de nieuwe plantenpaspoorten worden aangebracht voor producten die dan in omloop komen. Zorgt u dus voor niet teveel voorraad.

Import

Voorlopig invoerverbod voor hoog risico producten

In principe blijft er in de EU een open systeem voor import: ‘alles is toegestaan, tenzij…’. Nederland, als handelsland, heeft daar erg voor gepleit in Brussel. Er is wel een lijst ‘hoog risico producten’ die een voorlopig invoerverbod hebben. 

Het gaat om:

  • Acacia
  • Acer
  • Albizia
  • Alnus
  • Annona
  • Bauhinia
  • Berberis
  • Betula
  • Caesalpinia
  • Cassia
  • Castanea
  • Cornus
  • Corylus
  • Crataegus
  • Diospyros
  • Fagus
  • Ficus carica
  • Fraxinus
  • Hamamelis
  • Jasminum
  • Juglans
  • Ligustrum
  • Lonicera
  • Malus
  • Nerium
  • Persea
  • Populus
  • Prunus
  • Quercus
  • Robinia
  • Salix
  • Sorbus
  • Taxus
  • Tilia
  • Ulmus

Zaden, bonsais, weefselkweek materiaal, vruchten en bladeren zijn uitgezonderd van dit importverbod.

Autoriteiten van derde landen kunnen in de loop van 2019 informatie aanleveren aan de Europese Commissie voor specifieke planten, om in aanmerking te kunnen komen voor een vrijstelling van dit verbod, zo mogelijk voordat het importverbod per 14 december 2019 van kracht wordt. De procedure voor het verkrijgen van deze vrijstelling is vastgelegd in een EU-besluit.

Uit welke informatie bestaat een verzoek tot vrijstelling?

De European Food Safety Authority (EFSA) heeft een belangrijke rol. Zij beoordelen de informatie en brengen advies uit aan de Europese Unie. Voor elk product en elke productvorm moet de National Plant Protection Organisation (NPPO) van het derde land een analyse aanleveren. De inhoud van het dossier heeft een vastgestelde opzet. De EFSA beschrijft dit in het document: Information required for dossiers to support demands for import of high risk plants, plant products and other objects as foreseen in Article 42 of Regulation (EU) 2016/2031.

Wat kan ik als ondernemer doen?

Het indienen van een dossier met verzoek tot vrijstelling mag uitsluitend door de NPPO van het betrokken land worden gedaan. Is er sprake van een dreigend invoerverbod van materiaal wat u uit dit land wil betrekken? Neem dan zo spoedig mogelijk contact op met de NPPO. Gebruik bovengenoemde bronnen als de kwestie bij de NPPO nog niet bekend is.

Welke planten worden ook verboden?

Ook zal er een importverbod gaan gelden voor:

  • alle type plantmateriaal van Ullucus tuberosus (knolgewas, wordt veelal als (sier) groente geïmporteerd)
  • vruchten van Momordica, waar Thrips palmi voorkomt
  • hout van Ulmus

Koppeling CLIENT Import met TRACES

De fytocertificaatplicht bij import is uitgebreid. Er is niet altijd een systematische importinspectie/documentcontrole nodig. Alle importen moet u in een EU-datasysteem TRACES aanmelden. Zo wordt het mogelijk importstromen te monitoren en de handelsstroom te volgen. Nederland koppelt eigen CLIENT Importsysteem aan deze EU-database, zodat u geen dubbel werk hoeft te doen.