Plantenpaspoort en Plantgezondheidsverordening vraag en antwoord

We krijgen regelmatig vragen over de nieuwe EU-Plantgezondheidsverordening, bijvoorbeeld over de plantenpaspoortplicht, registratie en het plantenpaspoort. De belangrijkste vragen en antwoorden verzamelen we hier voor u.

Laatste update 7 juni 2021

Lees hier meer over de belangrijkste veranderingen.
Lees hier meer over de achtergrond van het hoe en waarom van de Plantgezondheidsverordening.


Bedrijfsautorisatie plantenpaspoort aanvragen

Plantenpaspoort lay-out laten beoordelen

Plantenpaspoort niet aanwezig of niet correct

Om u goed te informeren hebben we mogelijke vragen uitgewerkt in vragen en antwoorden. Staat uw vraag er niet bij of wilt u extra informatie? Neem dan contact op met de teamadministratie Keuringen via e-mail.

1. Plantenpaspoortplicht

2. Registratie

3. Gegevens en uiterlijk van het plantenpaspoort

4. Gegevens en uiterlijk van het plantenpaspoort-PZ

5. Administratieve verplichtingen

1. Plantenpaspoortplicht

Voor welke planten geldt de plantenpaspoortplicht?

De plantenpaspoortplicht geldt voor alle ‘voor opplant bestemde planten’. Ook bloembollen vallen hieronder. Voor bloembollen neemt u contact op met de BKD. Teelt u Nerine, Amerine of Freesia dan helpt Naktuinbouw u graag verder. Teelt u landbouwgewassen dan helpt de NAK u graag verder. Bent u alleen handelaar en teelt u zelf niet, neem dan contact op met het KCB.

Wat zijn 'voor opplant bestemde planten'?

Volgens de EU-definitie zijn dit planten die volledige planten kunnen voortbrengen en daarvoor bestemd zijn. Deze planten moeten worden uitgeplant, opnieuw worden geplant of geplant blijven. Alles wat we teeltmateriaal noemen valt daaronder. Maar ook alle eindproducten van pot-, perk-, water-, kuipplanten en planten met luchtwortels (zoals Tillandsia).

Zaden vallen volgens deze definitie ook onder 'voor opplant bestemde planten'.

Er zijn wel uitzonderingen; niet alle zaden zijn plantenpaspoortplichtig.

Uitzonderingen plantenpaspoortplicht

Geen plantenpaspoort:

  • Gezaagde kerstbomen worden gezien als snijtak en zijn daarom niet registratie- en plantenpaspoortplichtig.
  • Mos, dat verkocht wordt als decoratiemateriaal. 
  • Snijbloemen waarbij een stukje Tillandsia is toegevoegd. Voor de Tillandsia is in dit geval geen plantenpaspoort noodzakelijk. 
  • Zie bij Welke zaden zijn plantenpaspoortplichtig?

Wel plantenpaspoort:

Welke uitzonderingen zijn er voor de plantenpaspoortplicht?

  • Verkoop direct aan de niet-commerciële eindgebruiker. Dat betekent dat er bij verkoop vanuit bijvoorbeeld een tuincentrum of winkel aan de particuliere consument geen plantenpaspoort meer bij het product hoeft te zitten. Bij verkoop op afstand (webshop) is een plantenpaspoort wel verplicht.
  • Vervoer van ‘planten bestemd voor opplant’ binnen en tussen bedrijfsruimten van hetzelfde bedrijf in Nederland.
  • Vervoer van zaden voor onderzoek, selectie, veredeling, toetsen, bewerken en contractteelt, behalve als er bijzondere fytosanitaire eisen van kracht zijn (bijvoorbeeld ToBRFV in tomaat en paprika). 

Welke zaden zijn plantenpaspoortplichtig?

De volgende groentezaden zijn paspoortplichting: Allium cepa, Allium porrum, Capsicum annuum, Phaseolus coccineus, Phaseolus vulgaris, Solanum lycopersicum, Pisum sativum, Vicia faba.

De volgende bloemzaden zijn paspoortplichtig: Allium, Helianthus annuus, Capsicum annuum.

Bij fruitgewassen zijn de volgende zaden paspoortplichtig: Prunus avium, Prunus armeniaca, Prunus cerasus, Prunus domestica, Prunus dulcis, Prunus persica en Prunus salicina. Zaden van Prunus voor sierdoeleinden vallen buiten de plantenpaspoortplicht. 

In de landbouw zijn de volgende zaden paspoortplichtig: Solanum tuberosum, Medicago sativa, Brassica napus, Brassica rapa, Glycine max, Helianthus annuus, Linum usitatissium, Sinapis alba. Voor deze producten kunt u bij de NAK terecht. 

Wat kost het werken met het plantenpaspoort?

Voor de kosten van het plantenpaspoort en bijbehorende inspectiekosten verwijzen wij naar onze tarieven.

Let op: elke locatie van uw bedrijf wordt tenminste eenmaal per jaar bezocht.

Meer informatie over onze tarieven en hoe deze tot stand komen.

Wat is een plantenpaspoortautorisatie?

Plantenpaspoortplichtige producten kunnen alleen in het verkeer worden gebracht met een goedgekeurd en geldig plantenpaspoort. Bedrijven mogen dit zelf doen. Naktuinbouw kan u onder voorwaarden autoriseren om 'dagelijks'  zelf plantenpaspoorten te maken en aan te brengen. Hiervoor moet u wel de Bedrijfsautorisatie plantenpaspoort aanvragen. Het plantenpaspoort dat u gaat gebruiken moet Naktuinbouw goedkeuren en u krijgt jaarlijks een administratieve controle om vast te stellen of u nog steeds voldoet aan de voorwaarden voor deze autorisatie. U ontvangt daarbij een door Naktuinbouw ondertekende verklaring. 
 
Onderdeel van de autorisatie vormt de verplichting om zelf waarnemingen te doen in uw teelt. Uw keurmeester komt tenminste eenmaal per jaar op het perceel een keuring uitvoeren, maar de rest van het jaar bent u zelf verantwoordelijk.

Ik importeer vanuit een land buiten de Europese Unie (EU). Mag ik aan dat materiaal een plantenpaspoort bevestigen?

Nee!

Bij import van plantenpaspoortplichtige producten stelt het land buiten de EU een fytosanitair certificaat (FC) op en stuurt dat met de zending mee. Bij import in de EU voert de keuringsdienst een controle op het FC en een importinspectie uit. Als het materiaal voldoet aan alle eisen voor de EU, dan kan de importeur over het materiaal beschikken. Vanaf dat moment mag een plantenpaspoort gebruikt worden.

Bestaat het ZP-plantenpaspoort nog?

Ja. Er zijn nog steeds landen die extra bescherming vragen tegen specifieke organismen. Het gaat om organismen die voorkomen in de Europese Unie, maar niet in dat land of in gebieden binnen dat land. Let op, de term ZP wordt niet meer gebruikt. Dit is PZ geworden. 

Raadpleeg voor details over de veranderingen Gegevens en uiterlijk van het nieuwe plantenpaspoort-PZ.

Ik verkoop via internet, wat voor regels zijn hiervoor van toepassing?

Bij verkoop via internet (webshop) zijn 'plants for planting' plantenpaspoortplichtig tot en met de eindconsument.

Elke verzending naar een eindconsument moet dus een plantenpaspoort per kleinste handelseenheid hebben.

Dit is anders dan bij verkoop via een fysiek verkooppunt. In dat geval moeten 'plants for planting' bij het laatste fysieke verkooppunt met een plantenpaspoort aankomen. Bij verkoop aan de eindconsument hoeft in dat geval geen plantenpaspoort meegegeven te worden.

Ik verkoop zaden via internet aan eindconsumenten in Nederland, wat voor regels zijn hiervoor van toepassing?

Er hoeft bij verkoop binnen Nederland geen plantenpaspoort bij zaden die via internet aan eindconsumenten worden verkocht. Dit is een pragmatische invulling van Nederland. Worden de zaden naar eindconsumenten in andere lidstaten verstuurd, dan moet er wel een plantenpaspoort worden aangebracht. 

Verkoopt u zaad onder andere via internet aan eindconsumenten in Nederland, dan moet u zich registreren en voldoen aan de administratieve verplichting.
Bedrijven met alleen een webshop kunnen zich bij het KCB registreren.  

 

2. Registratie

Bent u nog niet geregistreerd bij Naktuinbouw?

Dit is nodig om het fytosanitaire registratienummer te krijgen. U kunt uw bedrijf makkelijk via onze website aanmelden voor registratie. Na het verwerken van uw aanvraag nemen we contact met u op voor een kennismakingsbezoek. Tijdens dit bezoek kan de keurmeester eventuele vragen die u nog heeft beantwoorden.

Waarom een fytosanitair registratienummer?

Door de EU-Plantgezondheidsverordening 2016/2031/EU (Plant Health Regulation in het Engels) mag ieder bedrijf slechts één keer met een officieel, uniek, fytosanitair registratienummer worden geregistreerd.
Om de lasten voor het bedrijfsleven zo laag mogelijk te houden, is er een nationaal gezamenlijk systeem van de keuringsdiensten en de NVWA . Dit is gekoppeld aan de inschrijving bij de KvK. Zo hoeft een bedrijf zich maar éénmaal te melden bij een loket (keuringsdienst). 

Hoe ziet het fytosanitair registratienummer eruit?

Dit is een 9-cijferig nummer. Op het plantenpaspoort (bij letter B:) wordt dit voorafgegaan door NL (de iso-landcode) en een koppelteken. Voorbeeld: NL-123456789. Andere lidstaten kiezen een eigen notatie voor het registratienummer.  

Wanneer wijzigt mijn fytosanitair registratienummer?

Bij de registratie bij de Kamer van Koophandel is een combinatie van KvK-nummer en vestigingsnummer uitgegeven. De combinatie van deze twee nummers is gekoppeld aan uw fytosanitaire registratienummer. Overweegt u een wijziging van bedrijfsvorm, hou dan rekening met onderstaande belangrijke mededeling.

Heeft een wijziging van bedrijfsvorm bij de KvK consequenties voor het fytosanitair registratienummer?  

Als u uw bedrijf bijvoorbeeld laat omzetten naar een andere rechtsvorm doe dit dan altijd op statutaire basis. U behoudt dan de combinatie van KvK-nummer en vestigingsnummer. Uw fytosanitaire registratienummer blijft dan ook behouden. De koppeling is immers bekend in de NVWA-database.

Let op Statutair wijzigen kan alleen met een BV, NV, Vereniging, Stichting met volledige rechtsbevoegdheid
Als er een beperkte rechtsbevoegdheid op rust, kan het ook niet-statutair gewijzigd worden. De statuten moeten aanwezig zijn en ondertekend zijn door een notaris. 
Een VOF, eenmanszaak of maatschap kan nooit statutair gewijzigd worden. Houd hier dus bij registratie bij de KvK rekening mee. 

Wanneer heb ik een nieuw fytosanitair registratienummer nodig?

Als u uw bedrijf niet-statutair wijzigt, dan heeft u een nieuw fytosanitair registratienummer nodig. Het oude verpakkingsmateriaal wat u bijvoorbeeld met het fytosanitaire registratienummer in voorraad laat drukken is dan niet meer geldig. U krijgt immers een nieuw fytosanitair nummer. Het oude materiaal mag u vanaf dat moment niet meer gebruiken. 

Hoe geef ik wijzigingen door?

Geef een wijziging bij de KvK altijd door aan de administratie van Naktuinbouw. Dit geldt ook voor andere wijzigingen die te maken hebben met uw bedrijfsgegevens.Stuur hiervoor een e-mail. Geef in de mail duidelijk aan welke gegevens wijzigen.

Moet elk gewas/teelt op mijn bedrijf een ander plantenpaspoortnummer hebben?

Nee. Ieder bedrijf heeft één officieel, nationaal fytosanitair registratienummer. U gebruikt dus één registratienummer voor alle gewassen/teelten van uw bedrijf.  Op het plantenpaspoort staat het fytosanitair registratienummer bij B. Daarnaast staat bij C een traceerbaarheidscode code die u zelf mag aanbrengen. Deze code is natuurlijk niet steeds hetzelfde. Zie verder bij Welke kleur gebruik ik voor de lay-out op het plantenpaspoort?

3. Gegevens en uiterlijk van het plantenpaspoort

Wat staat er op het plantenpaspoort?

De formats van de paspoorten vloeien voort uit uitvoeringsverordening 2017/2313/EU.
De gepresenteerde formats zijn voorbeelden waaraan een plantenpaspoort moet voldoen. In deel A van de bijlagen van 2017/2313/EU staan voorbeelden van gewone plantenpaspoorten. De geest van de wet is dat de paspoorten de informatie bevatten die in de verordening wordt vermeld en dat paspoorten in de praktijk bij deze lay-outs aansluiten.
Dit zijn de vaste elementen op het plantenpaspoort:
• in de linkerbovenhoek: de EU-vlag (in kleur of zwart-wit)
• in de rechterbovenhoek: het woord Plant Passport

  • Eventueel mag voor Plant Passport, Plantenpaspoort worden toegevoegd gescheiden door een forward slash (/)
    Dus: Plantenpaspoort / Plant Passport

• 'A' + botanische naam
• 'B' + ISO-code lidstaat, koppelteken, fytosanitair registratienummer
• 'C' + traceerbaarheidscode
• 'D' + ISO-code land van oorsprong/productie, ook als dit Nederland is.

Hoe moet het plantenpaspoort eruit zien?

In verordening 2017/2313/EU zijn de vormvoorschriften voor het plantenpaspoort aangegeven met een aantal voorbeelden. De vorm en grootte mogen afwijken, u kunt dus zelf kiezen voor lettertype en grootte. Wat verder van belang is: de informatie moet zichtbaar zijn, met blote oog leesbaar, geplaatst in rechthoekige of vierkante vorm, gescheiden van andere aanduidingen en afbeeldingen. De onderdelen met letters A, B , C en D moeten herkenbaar zijn.

Hieronder een voorbeeld: vorm, grootte en lettertype mogen afwijken.

Voorbeeld sjabloon plantenpaspoort

Welke kleur gebruik ik voor de lay-out op het plantenpaspoort?

Hiervoor verwijzen we u naar het verordening 2017/2313/EU.
Citaat: The flag of the Union may be printed in colour, or in black and white, either with white stars on black background or vice versa.

Het belangrijkst is de vlag van de EU.

De vlag van de EU moet duidelijk herkenbaar zijn. Dit wil zeggen; een rechthoekige vorm met 12 sterren geplaatst in een cirkel. Het heeft de voorkeur de vlag af te beelden in blauw met gele sterren. Andere variaties zijn echter ook mogelijk. Bijvoorbeeld:

  • zwart-wit
  • wit-zwart
  • in twee contrasterende kleuren (bijvoorbeeld een achtergrond kleur waarop een silhouette van de EU vlag wordt gedrukt)

De tekst op het plantenpaspoort moet duidelijk leesbaar zijn. Er is hierover geen kleur voorgeschreven.

Wat verstaan we onder botanische naam?

Botanische namen kunnen bestaan uit 1 deel (geslacht), 2 delen (geslacht + soort) of 3 delen (geslacht + soort + cultivar).
Verordening 2017/2313/EU spreekt over 'botanische naam van de plantensoorten of taxa...' en facultatief de naam van de variëteit.

De botanische naam bij de letter A op het plantenpaspoort van een individuele plant is minimaal op geslachtsniveau, maar mag met de soort en ook cultivar/variëteit worden uitgebreid.

Zorg dat u de juiste botanische naam gebruikt. Hiervoor gebruikt u de database Searchplant

Ik verwerk meerdere geslachten in één product/handelseenheid. Welke botanische naam gebruik ik?

We kennen als producten zogenaamde 'arrangementen'; bijvoorbeeld bakjes met meerdere plantengeslachten, ‘hanging baskets’ etc.  In die gevallen mogen er op één plantenpaspoort meerdere geslachtsnamen vermeld worden. Het plantenpaspoort is dan op die bak, of aan die basket is bevestigd.

We kennen als producten ook zogenaamde 'mixen'. Bijvoorbeeld een tray met gemengde cactussen of orchideeën. In die gevallen mag de familienaam (bijvoorbeeld Cactaceae of Orchidaceae) gebruikt worden, in plaats van alle geslachten te noemen. Let wel: niet alle lidstaten accepteren deze werkwijze. Informeer altijd bij uw klant of dit wordt geaccepteerd.

Als in een handelseenheid meerdere geslachten aanwezig zijn, mogen ook meerdere familienamen gebruikt worden op het plantenpaspoort. Denk bijvoorbeeld aan een handelseenheid met cactussen en succulenten, die bestaat uit geslachten behorend tot de Cactaceae, Crassulaceae en Euphorbiaceae. Er moeten dan ook werkelijk planten behorend tot de genoemde families in de handelseenheid aanwezig zijn. Let wel: ook hier geldt dat  sommige lidstaten slechts één botanische naam per plantenpaspoort toestaan. Informeer altijd bij uw klant of dit wordt geaccepteerd.

Bij producten die geënt zijn, gebruikt u de botanische naam van het bovenste deel. Ook als het onderste deel een andere botanische naam heeft.

Wanneer is een traceerbaarheidscode nodig?

De traceerbaarheidscode (EN: Traceability code, zie punt 5 in de bijlage van verordening 2017/2313/EU) is verplicht voor alle teeltmateriaal. Voor potplanten die zonder verdere voorbereiding klaar zijn voor verkoop aan de eindgebruiker (dus in de 'eindverpakking'), is deze code niet verplicht (zie art. 83.2a van de PHR), tenzij er sprake is van een PZ-plantenpaspoort (bijvoorbeeld bacterievuurwaardplanten). 
Dat betekent dat u op die producten dus geen 'unieke' traceerbaarheidscode/partijnummer of iets dergelijks hoeft mee te gegeven. Potten, hoezen of steeketiketten kunt u bijvoorbeeld allemaal met dezelfde informatie bedrukken.

Maar:
Vanaf 31 december 2021 geldt de traceerbaarheidscode wel voor potplanten van Citrus, Coffea, Lavandula dentata L, Nerium oleander L.,  Olea europea L., Polygala myrtifolia L., — Prunus dulcis (Mill.) D.A.Webb.

Dus:  
U hoeft de traceerbaarheidscode in principe niet te melden op het plantenpaspoort als planten voor de eindconsument bestemd en klaargemaakt zijn. De letter C moet wel altijd op het plantenpaspoort staan, ook als de traceringscode niet verplicht is. In dat geval staat er achter C dan dus geen informatie. 

Waar moet ik aan denken bij traceerbaarheidscode?

Traceerbaarheidscode is de code die tracering binnen de eigen bedrijfsadministratie mogelijk maakt. We denken hierbij aan een uniek partijnummer. Dit kan heel goed hetzelfde nummer zijn, dat u ook vermeldt op het leveranciersdocument.

Wat is het land van oorsprong?

Achter letter 'D' komt de tweeletter-code van het land van oorsprong: een EU-lidstaat of een derde land. We spreken over een derde land als het materiaal van buiten EU is geïmporteerd. Vermeld de letters NL als het een Nederlands product is.

Komt het materiaal uit meerdere landen? Dan noteert u deze allemaal bij 'D', gescheiden door een komma. Om te controleren welke code u voor welk land moet gebruiken, raadpleegt u de Landenlijst ISO-code van de NVWA.

Product van buiten Nederland wordt op een gegeven moment 'fytosanitair Nederlands'.

Hiervoor zijn regels opgesteld door de NVWA:

Basisvoorwaarde is dat het product gedurende de genoemde periode onder Nederlandse omstandigheden moet worden geteeld door een professionele teler.

  • Houtige gewassen = boomkwekerijmateriaal  (uitgezonderd vaste planten) = 1 groeiseizoen
     
  • Bonsai of Citrus-achtige = 2 maanden

Definitie Bonsai: geteeld in relatief weinig groeimedium om zo een miniatuurplant te verkrijgen. Bij twijfel of onduidelijkheid of het product onder de definitie bonsai past valt deze automatisch onder de categorie Houtige gewassen.

  • Algemeen: zoals; stekken, kruidachtige vaste planten, potplanten: Alles wat niet valt onder Houtige gewassen, Bonsai of Citrus-achtige = 4 weken

Moet ik mijn oude documenten/opdrukken aanpassen?

Ja. Denk daarbij aan alle informatiedragers waarop u plantenpaspoort gegevens gebruikt. Gebruikt u het leveranciersdocument als plantenpaspoort? Lees dan ook Mag ik het plantenpaspoort combineren met het leveranciersdocument.

Mag een plantenpaspoort handgeschreven zijn?

Ja dit mag onder de volgende voorwaarden:

  1. Het sjabloon is geprint met de EU vlag, letters A, B, C en D, het woord Plant Passport en eventueel een kader. Hierbij zijn de juiste vlakken open om ingevuld te kunnen worden.
  2. De tekst is in blokletters geschreven
  3. Deze werkwijze is opgenomen in de Bedrijfsautorisatie plantenpaspoort

Wat moet ik regelen om zelf mijn plantenpaspoort aan te mogen brengen?

Naktuinbouw kan u hiervoor autoriseren. Vul het formulier Bedrijfsautorisatie plantenpaspoort digitaal in en stuur het ons per e-mail toe. Zorg ervoor dat u de juiste voorbeelden van de gebruikte plantenpaspoort uitingen (bv. hoes, steeketiket, etc.) als bijlagen meestuurt. Dit mag een foto zijn van de vorm waarin u het plantenpaspoort gaat gebruiken. Zorg ervoor dat deze duidelijk in beeld zijn. Zo kunnen wij de gegevens van het plantenpaspoort controleren. Ook moet het duidelijk zijn op welke producten u het plantenpaspoort gaat gebruiken. Bijvoorbeeld een foto van het steeketiket, tray of hoes.

Gebruikt u plantenpaspoorten die hetzelfde zijn, maar is alleen de botanische naam (bij A) anders? U hoeft dan niet elke naam aan ons voor te leggen. Controleert u dan zelf of de naam die u wilt gaan gebruiken juist is. Hiervoor gebruikt u de database Searchplant

Na de controle van de aanvraag voor autorisatie en de voorbeelden krijgt u een bevestiging dat u geautoriseerd bent. Voor het volledig invullen van de autorisatie is ook het fytosanitair registratienummer en het Naktuinbouw relatienummer nodig. Zorg er dus voor dat u deze klaar hebt liggen.

Waar moet ik het plantenpaspoort op aanbrengen?

Het plantenpaspoort moet u per kleinste handelseenheid aanbrengen volgens art. 88 van de Plantgezondheidsverordening. Dat kan dus per vrachtwagen zijn. Bijvoorbeeld een vrachtwagen met groenteplanten die naar de groenteteler gaat.

Bij bijvoorbeeld potplanten die via de veiling worden afgezet, denken we eerder aan een plantenpaspoort per pot, tray, doos, etc. In dat geval kan de handel de partij makkelijk splitsen zonder dat er een nieuw plantenpaspoort bij hoeft. Let bij gebruik van meermalig fust op de voorwaarden waaraan de sticker moet voldoen volgens de VBN.

Het plantenpaspoort moet zichtbaar zijn. Zichtbaar, wat is dat?

Het formaat van het plantenpaspoort, het lettertype en de lettergrootte is vrij. Uitgangspunt is dat het leesbaar is met het blote oog. Daarnaast spreken we ook regels af over de vindbaarheid van het plantenpaspoort. Uitgangspunt is dat het plantenpaspoort in één oogopslag zichtbaar is.

Voor specifieke gevallen is er afstemming met de NVWA. Over de volgende situaties is uitsluitsel:

Wat mag wel?

  • Is het plantenpaspoort gedrukt op de pot waarin wordt geteeld? Dan mag u deze alsnog voorzien van een ompot, hoes, etc.
  • Het plantenpaspoort mag op de achterzijde van een kistkaartje wat los in een daarvoor bestemde gleuf van een tray wordt geschoven.
  • Gaat het om kleinverpakkingen met plantenpaspoort in een omdoos? Dan is er geen plantenpaspoort aan buitenzijde van de omdoos noodzakelijk.

Wat mag niet?

  • Het plantenpaspoort dusdanig op de drager (etiket, label, sticker, etc.) plaatsen dat deze in het groeimedium verdwijnt.
  • Het plantenpaspoort op de achterzijde van een kistkaartje wat aan een verpakking wordt vastgemaakt (lijm, spijkers, nietjes, etc.)
  • Het plantenpaspoort aan de binnenzijde van een drager bestaande uit meerdere pagina's worden geplaatst. Aan de voor- of achterzijde mag uiteraard wel.
  • Het plantenpaspoort aan de binnenzijde van verpakkingsmateriaal plaatsen, zoals op de binnenzijde van een potcover.

Mag ik het plantenpaspoort combineren met een leveranciersdocument?

Nee, in principe mag dit niet. Alleen in uitzonderlijke gevallen is het mogelijk om het leveranciersdocument te gebruiken als plantenpaspoort. Belangrijk is dan dat:

  • Het plantenpaspoort op het leveranciersdocument in het voorgeschreven format wordt gebruikt.
  • Alle producten in één vervoersmiddel op hetzelfde moment vervoerd moeten worden. Is dit niet het geval? Dan moeten er net zoveel plantenpaspoorten als vervoersmiddelen worden gebruikt.
  • Het leveranciersdocument vast zit aan de handelseenheid (niet separaat!)

Als handvat hebben wij een voorbeeld uitgewerkt van leveranciersdocument als drager plantenpaspoort. Hierin is ook uitleg verwerkt over de verschillende items.

Let op, andere lidstaten kunnen hier anders mee omgaan!

Waarmee mag ik het plantenpaspoort wel combineren?

Het plantenpaspoort mag gecombineerd worden met andere officiële labels. In de tuinbouwsector kennen we die alleen als certificeringslabels bij grootfruit en softfruit.

Verder mag het gecombineerd worden met andere gegevensdragers zoals potten, hoezen, steeketiketten, kleurenlabels en dergelijke. Belangrijke voorwaarde is steeds dat het plantenpaspoortformat duidelijk herkenbaar en volledig is. En dat het duidelijk afgescheiden is van de overige informatie. Dit kan door een scheidingslijn of anderszins duidelijk gescheiden van andere aanduidingen of afbeeldingen. Zo is de informatie gemakkelijk zichtbaar en duidelijk leesbaar.

Is er een apart plantenpaspoort voor beschermde gebieden?

Voor verhandeling naar beschermde gebieden zijn specifieke Protected zone (PZ) paspoorten nodig. Daarop moet u dus PZ vermelden, en de wetenschappelijke naam of EPPO-code voor het organisme. Zie de website van de NVWA, verordening 2017/2313/EU, bijlage, deel B.

Hoelang zijn de oude plantenpaspoorten nog geldig bij producten die al plantenpaspoortplichtig waren?

De oude plantenpaspoorten blijven nog geldig tot 14 december 2023. Maar die moeten dan wel vóór 14 december 2019 op de producten zijn aangebracht. Denk aan planten die in de periode daarvoor in omloop zijn gebracht. En aan zaden die al eerder (voor)verpakt zijn. 

Mag een afnemer (zoals een grootwinkelbedrijf of inkoopcentrale van tuincentra) aan zijn leverancier plantenpaspoortstickers met een eigen logo beschikbaar stellen? Of bijvoorbeeld vragen om dit op de pot of hoes te printen?

Ja dat mag. Maar bij iedere levering moet er dan wel het eigen fytosanitair registratienummer van die leverancier op staan. En het land van herkomst.
Dus de afnemer mag best stickers of steeketiketten, etc. aanleveren met bijvoorbeeld zijn logo er op, maar per leverancier zijn de gegevens deels verschillend. En de plantenpaspoortgegevens moeten vervolgens herkenbaar, bij elkaar, zijn vermeld.

4. Gegevens en uiterlijk van het plantenpaspoort-PZ

Wat moet er op het plantenpaspoort-PZ staan?

De formats van de paspoorten zijn inmiddels officieel bekend. Deze vloeien voort uit uitvoeringsverordening 2017/2313/EU.
De gepresenteerde formats zijn voorbeelden waaraan een plantenpaspoort-PZ moet voldoen. In deel B van de bijlagen van 2017/2313/EU staan voorbeelden van  plantenpaspoorten. De geest van de wet is dat de paspoorten de informatie bevatten die in de verordening wordt vermeld en dat paspoorten in de praktijk bij deze lay-outs aansluiten.
Dit zijn de vaste elementen op het plantenpaspoort-PZ:
• in de linkerbovenhoek: de EU-vlag (in kleur of zwart-wit)
• in de rechterbovenhoek: het woord Plant Passport-PZ met daar rechtonder een referentie naar het specifieke organisme waarvoor het plantenpaspoort van toepassing is. Zijn er meer organismen van toepassing, dan mogen deze worden opgesomd.

  • Eventueel mag voor Plant Passport-PZ, Plantenpaspoort-PZ worden toegevoegd gescheiden door een forward slash (/)
    Dus Plantenpaspoort-PZ / Plant Passport-PZ

• 'A' + botanische naam
• 'B' + ISO-code lidstaat, koppelteken, fytosanitair registratienummer
• 'C' + traceerbaarheidscode 
• 'D' + ISO-code land van oorsprong/productie, ook als dit Nederland is.

Hoe moet het plantenpaspoort-PZ eruit zien?

In verordening 2017/2313/EU zijn de vormvoorschriften voor het plantenpaspoort-PZ aangegeven met een aantal voorbeelden. De vorm en grootte mogen afwijken, u kunt dus zelf kiezen voor lettertype en grootte. Wat verder van belang is: de informatie moet zichtbaar zijn, met blote oog leesbaar, geplaatst in rechthoekige of vierkante vorm, gescheiden van andere aanduidingen en afbeeldingen. De onderdelen met letters A, B , C en D moeten herkenbaar zijn. Rechtonder het woord 'Plant Passport - PZ'  een referentie naar het specifieke organisme waarvoor het plantenpaspoort van toepassing is. In onderstaand voorbeeld is deze positie aangegeven met 'xxx1'.

Hieronder een voorbeeld: vorm, grootte en lettertype mogen afwijken.

Sjabloon plantenpaspoort-PZ

 

Hoe geef ik aan voor welk organisme het plantenpaspoort-PZ van toepassing is?

Er zijn twee opties:

  1. De volledige wetenschappelijke naam
  2. De EPPO code

U kiest welke van deze twee opties u wilt gebruiken.

Zijn meerdere organismen van toepassing dan mogen deze worden opgesomd.

Welke landen voor welk specifiek organisme een bescherming willen, kunt u in register Eisen en coderingen voor beschermde gebieden op de website van de NVWA raadplegen.

Wetenschappelijke naam

In kolom 'Organismen' van het register Eisen en coderingen voor beschermde gebieden leest u de wetenschappelijke naam van de huidige organismen. Voor deze organismen zijn er op dit moment landen of landen met gebieden die extra bescherming vragen.

EPPO-code

In kolom 'EPPO-code' van het register Eisen en coderingen voor beschermde gebieden leest u de EPPO-code van de huidige organismen. Voor deze organismen zijn er op dit moment landen of landen met gebieden die extra bescherming vragen.

U kunt natuurlijk ook de website van EPPO zelf raadplegen.

Ter inspiratie is een Voorbeeld gebruik Plant Passport-PZ voor Bemisia tabaci uitgewerkt.

Welke code gebruik ik voor conifeerachtigen waarvoor meerdere organismen van toepassing zijn?

Het is niet toegestaan om een verzamelcode te gebruiken. Zie NVWA register Eisen en coderingen voor beschermde gebieden. De vermelding van de 'EPPO-code' of de volledige naam van alle 'Organismen' is verplicht. Dit kunt u doen door deze op te sommen. De term "Plant Passport-PZ" mag maar 1x worden gebruikt.

Mogen gewassen die wel en niet aan specifieke PZ-eisen moeten voldoen op hetzelfde plantenpaspoort?

Ja, gewassen met specifieke PZ eisen en gewassen zonder PZ eisen mogen op één plantenpaspoort staan.

Let op, hier speelt mogelijk ook het leveranciersdocument als drager van het plantenpaspoort een rol.

Welke landen zijn of hebben gebieden waarvoor een plantenpaspoort-PZ van toepassing kan zijn?

Dit kunt u in het register Eisen en coderingen voor beschermde gebieden op de website van de NVWA raadplegen.

Wat zijn de eisen om een plantenpaspoort-PZ te mogen gebruiken?

Wilt u gebruikmaken van een plantenpaspoort-PZ? Dan is het belangrijk dat uw sjabloon en drager zijn beoordeeld door Naktuinbouw. Hiervoor volgt u de werkwijze zoals beschreven bij: Wat moet ik regelen om zelf mijn plantenpaspoort aan te mogen brengen?

Welke eisen er aan het plantaardig materiaal worden gesteld worden, kunt u in het register Eisen en coderingen voor beschermde gebieden op de website van de NVWA raadplegen. 

 

5. Administratieve verplichtingen

Wie moet aan de administratieve verplichtingen voldoen?

Iedereen die geregistreerd is, moet aan de administratieve verplichtingen voldoen. Welke verplichtingen dit zijn leest u bij; Aan welke administratieve verplichtingen moet ik voldoen?

Daarnaast moeten ook andere ondernemers zoals hoveniers en winkeliers (verkooppunten van eindproducten aan consumenten) aan de administratieve verplichtingen voldoen. U administreert van uw toeleverancier voor elke geleverde handelseenheid planten, plantaardige producten of andere materialen de gegevens waaruit blijkt om welke leverancier het gaat. De gegevens op de leveringsnota of factuur zijn voldoende, mits inzichtelijk gesorteerd.

Aan welke administratieve verplichtingen moet ik voldoen?

Dit delen we op in vier delen, namelijk; inkoop, verkoop, plantenpaspoortafgifte en vervangen van het plantenpaspoort

Inkoop

Eindproduct

U administreert van uw toeleverancier voor elke geleverde handelseenheid planten, plantaardige producten of andere materialen de gegevens waaruit blijkt om welke leverancier het gaat. De gegevens op de leveringsnota of factuur zijn voldoende.

Teeltmateriaal

Het gaat om materiaal waarmee u verder gaat telen. U administreert van uw toeleverancier voor elke geleverde handelseenheid planten, plantaardige producten of andere materialen de gegevens waaruit blijkt om welke leverancier het gaat. Daarnaast bewaart u de gegevens zoals deze op het plantenpaspoort van uw leverancier staan bij ABCD. Het plantenpaspoort zelf bewaren mag natuurlijk ook

Verkoop

U administreert van uw klant voor elke geleverde handelseenheid planten, plantaardige producten of andere materialen de gegevens waaruit blijkt om welke klant het gaat. De gegevens op de leveringsnota of factuur zijn voldoende.

Plantenpaspoortafgifte

Dit is van toepassing op geregistreerde bedrijven met een Bedrijfsautorisatie plantenpaspoort. Maar ook op bedrijven die het plantenpaspoort laten afgeven door de bevoegde autoriteit.

U neemt op in uw administratie:

  1. U administreert van uw toeleverancier voor elke geleverde handelseenheid planten, plantaardige producten of andere materialen de gegevens waaruit blijkt om welke leverancier het gaat. De gegevens op de leveringsnota of factuur zijn voldoende.
  2. U administreert van uw klant voor elke geleverde handelseenheid planten, plantaardige producten of andere materialen de gegevens waaruit blijkt om welke leverancier het gaat. De gegevens op de leveringsnota of factuur zijn voldoende.
  3. U zorgt dat traceerbaar is welke partij het betreft. Wat de botanische naam, origine en traceringscode is en waar de productie en of het handelsproces heeft plaatsgevonden.

Vervangen van het plantenpaspoort

Dit is van toepassing op geregistreerde bedrijven met een Bedrijfsautorisatie plantenpaspoort. Maar ook voor bedrijven die het plantenpaspoort laten afgeven door de bevoegde autoriteit.

U bewaart de gegevens zoals deze op het plantenpaspoort van uw leverancier staan bij ABCD. Het plantenpaspoort zelf bewaren mag natuurlijk ook.

Lees hier meer over de achtergrond van het hoe en waarom van de Plantgezondheidsverordening.

Staat uw vraag er niet bij of wilt u extra informatie, neem dan contact op met de Teamadministratie via  e-mail.

Aan deze lijst van vraag en antwoord kunnen geen rechten worden ontleend. Naktuinbouw stelde in overleg met de NVWA de lijst met antwoorden zo zorgvuldig mogelijk samen. Uiteraard zijn de Europese verordeningen 2016/2031 en 2017/2313 en de daarop steunende regelgeving bepalend. Heeft u vragen of opmerkingen? Neemt u dan contact met Peter van Nieuwkoop, Hoofd Keuringen.

Flyer Nieuw Plantenpaspoort
Flyer New Plant Passport (English)

Folder Veranderingen en financien EU-Plantgezondheidsverordening